Hersteldiensten zijn de toekomst

Hersteldiensten zijn de toekomst

Netwerk Bewust Verbruiken vzw
geschreven door Netwerk Bewust Verbruiken vzwlaatst aangepast op 13/04/2020
Interview met Karine Van Doorsselaer, docente Materialenleer en Ecodesign aan de Universiteit Antwerpen

Repareren en delen is goed voor het milieu. De voorbije jaren ontstonden heel wat deel- en repareerinitiatieven. Om van repareren en delen het nieuwe normaal te maken, is echter meer nodig. Netwerk Bewust Verbruiken wil dat iedereen toegang krijgt tot kwaliteitsvolle spullen, repareer- en deelsystemen, ook mensen die het financieel moeilijk hebben. Netwerk Bewust Verbruiken beoogt een transitie naar een repareer-en-deel-economie die sociaal-inclusief is. Hoe kunnen we dat best aanpakken? Dat is de vraag die we de komende maanden voorleggen aan verschillende onderzoekers, organisaties, denkers en doeners.

Met Karine Van Doorsselaer, expert productontwikkeling, gingen we in gesprek over de rol die de ontwerper kan spelen om producten meer repareerbaar te maken, en welke kansen dat creëert voor bedrijven en consumenten.

Jij doet onderzoek naar ‘ecodesign’, het ecologisch ontwerpen van producten. Wat is de link met repareren?

Ecodesign staat voor levenscyclus-denken, zo ontwerpen dat je de de milieu-impact in elke fase van de levenscyclus van een product zo klein mogelijk houdt – van grondstof tot einde gebruik. De ontwerper neemt in dat proces de principes van de circulaire economie mee, onder meer de repareerbaarheid van producten. Hij/zij vraagt zich af: voldoen de materialen aan alle duurzaamheidscriteria, is het product demonteerbaar, blijven wisselstukken beschikbaar, is het producten up-gradebaar enz.

Dat zijn precies de vuistregels van de Recht op Repareren-beweging. Producenten antwoorden vaak dat repareerbaar ontwerpen te duur is of praktisch onhaalbaar

Typische argumenten van de lobby van grote multinationals. Het ontwerpen van repareerbare producten past inderdaad niet in de huidige wegwerpeconomie waar het verdienmodel gebaseerd is op zo veel mogelijk producten verkopen. Dat model wordt ondersteund door de globalisering. De productie van onze spullen gebeurt grotendeels in lageloonlanden; door de versnippering van de waardeketen hebben producenten er geen baat meer bij om hun producten repareerbaar te maken, integendeel. Lokale KMO’s die een kortere waardeketen hebben en fier zijn op hun producten, bieden doorgaans ook een betere service aan.

Waar liggen volgens jou kansen om grote bedrijven mee te krijgen?

Ik denk dat nieuwe technologieën heel wat praktische bezwaren kunnen verhelpen. Digitalisering maakt het makkelijker dan vroeger om informatie uit te wisselen tussen alle spelers: ontwerpers, verkopers, herstellers en consumenten. Dankzij 3D-printers moeten wisselstukken niet langer gestockeerd te worden, maar kunnen we die gewoon maken wanneer en waar men ze nodig heeft. En door blockchain technologie kunnen producenten informatie delen met herstellers of Repair Cafés zonder hun intellectuele eigendom in gevaar te brengen.

Ook nieuwe businessmodellen bieden opportuniteiten. Grote bedrijven zullen alleen veranderen als er een interessant verdienmodel aan gekoppeld is. Een voorbeeld is het businessmodel ‘Product as a service’, diensten aanbieden in plaats van producten verkopen. De producten blijven eigendom van de bedrijven en de consument betaalt voor de dienst die het product biedt. De bedrijven hebben er alle belang bij dat de roducten die ingezet worden voor het leveren van de service degelijk en repareerbaar zijn.

Maken die trends producten duurder?

Niet noodzakelijk. Er zijn ook sociale toepassingen van product-as-a-service, denk maar aan het project Papillon dat kwetsbare mensen toegang geeft tot kwaliteitsvolle, energiezuinige producten.

Hoe kunnen we hier (opnieuw) een goede herstelservice aanbieden? 

Essentieel dat we inzetten op de korte keten en producten niet terugsturen naar China om ze te laten herstellen

Als we producten willen repareren, is het essentieel dat we inzetten op de korte keten en producten niet terugsturen naar China om ze te laten herstellen. Idealiter bieden producenten zelf lokale hersteldiensten aan. Ze zouden ook kunnen werken met beëdigde zelfstandigen die opgeleid zijn om dat type van producten te herstellen, zoals vandaag al gebeurt met het herstel en onderhoud van verwarmingsketels. Bedrijven halen dan een deel van hun winst uit de verkoop van onderdelen.

We zullen spelers moeten herintroduceren in onze waardeketen. Vijftig jaar geleden hadden we schoenmakers, kleermakers, hersteldiensten... Die zijn allemaal verdwenen, om de eenvoudige reden dat we niet-repareerbare rommel zijn beginnen te maken. Ik geloof dat die hersteldiensten kunnen terugkomen, op voorwaarde dat de producten die hier op de markt komen degelijk zijn en er een ketensamenwerking ontstaat. Dat kan nieuwe jobs creëren voor de sociale economie.

Welke rol zie je voor onafhankelijke herstellers en Repair Cafés?

Ook Repair Cafés kunnen een rol blijven spelen: kennis delen en mensen helpen met eenvoudige herstellingen die niet door een professional hoeven te gebeuren. Op die manier draagt herstel ook weer bij aan sociale inclusie.

 

Karine Van Doorsselaer is hoofddocente aan de opleiding Productontwikkeling van de Universiteit Antwerpen, waar ze de vakken Materialenleer en Ecodesign geeft. Daarnaast schreef ze haar expertise neer in haar boeken 'Ecodesign' en 'Klimaatbewust consumeren', en werkte ze voor het 'Jaarboek Armoede en Sociale Uitsluiting 2019' mee aan een hoofdstuk over de kansen die circulaire economie biedt voor mensen in armoede.

Dit interview kadert in het project ‘Wij Repareren’ waarvoor Netwerk Bewust Verbruiken steun krijgt van Cera.