Let your blue jeans talk... green

Let your blue jeans talk... green

Netwerk Bewust Verbruiken vzw
geschreven door Netwerk Bewust Verbruiken vzwlaatst aangepast op 08/12/2014
Jeansbroeken vind je in alle soorten en maten. Maar stond je er ooit bij stil waar jouw jeans vandaan komt? Wie hem in elkaar stikte, en in welke omstandigheden? Hoe katoen werd geteeld en verwerkt tot jeansstof? Dit artikel geeft meer uitleg over de ecologische en sociale problemen die voorkomen bij de productie van kleding.
green jeans
Foto: G-Star

 

Massa's bestrijdingsmiddelen voor katoenteelt

Katoen - de belangrijkste grondstof van de meeste kledingstukken en dus ook van jeans - lijkt een natuurlijke stof, maar niets is minder waar. Bij de teelt van katoen worden heel veel bestrijdingsmiddelen gebruikt. Zo vraagt katoen 25% van het wereldwijde insecticidengebruik, meer dan enig ander gewas. Resistentie bij insecten en plagen, heeft tot gevolg dat er steeds meer pesticiden (= verzamelnaam voor insecticiden, herbiciden en fungiciden) worden gebruikt. In sommige landen wordt er zelfs tot 40 keer per jaar gesproeid. Al deze chemische stoffen putten de landbouwgronden uit, waardoor de hoeveelheid benodigde kunstmest dan weer vergroot. Door deze intensieve teelt worden de gronden uiteindelijk onvruchtbaar. Voor 1 jeans is er gemiddeld 325 gram pesticiden gebruikt. Een groot deel hiervan is erg giftig: schadelijk voor de bodem, maar ook voor de katoenarbeiders, water en lucht. Twee derde van de katoenproducerende landen gebruikt chemicaliën die door de WereldGezondsheidsOrganisatie als gevaarlijk worden bestempeld. Daarbij komt dat de katoenboeren vaak onvoldoende voorgelicht zijn over de risico's en het gebruik van deze chemische middelen.

Voor 1 jeans wordt gemiddeld 10.000 liter water en 325 gram pesticiden gebruikt. Een groot deel hiervan is erg giftig: schadelijk voor de bodem, maar ook voor de katoenarbeiders, het water en de lucht.

1 jeans = 10.000 liter water

Voor de katoenteelt is erg veel water nodig, dat vaak al schaars is in gebieden waar men katoen kweekt. De productie van 1 jeans vraagt 10.000 liter water. Een van de redenen hiervoor is, dat een groot deel van de katoen wordt geteeld buiten de optimale klimaatzones. Doordat het klimaat eigenlijk te droog is om de katoenplant voldoende water te geven, is irrigatie de enige oplossing. Deze vaak grootschalige irrigatie put in vele landen de watervoorraden uit. Een schrikwekkend voorbeeld van de mogelijke gevolgen van grootschalige irrigatie (voor de katoenteelt) is het verhaal van het Aralmeer in Oezbekistan: dit was een zoetwatermeer aan het begin van de 20e eeuw en is inmiddels veranderd in een zoutwoestijn.

Schadelijke stoffen bij denimproductie

Helaas stopt de ecologische impact niet bij de teelt van katoen: ook tijdens de productie van de katoenvezel tot denim (jeansstof), komen heel wat schadelijke stoffen te pas. Zo wordt katoen eerst gebleekt met het ons bekende chloor, en daarna geverfd met kleurstoffen die zware metalen bevatten. Formaldehyde – een bestanddeel uit kunsthars – wordt gebruikt om de katoen kreukvrij te maken. Verder komen er nog andere stoffen kijken bij dit productieproces, zoals aromatische solventen, antistatische middelen, weekmakers, ammoniak en zuren.

1 jeans = 23.000 vervoerskilometers

De laatste bijdrage aan de milieu-impact van jeans (en kleding in het algemeen) voordat ze in de winkels belanden, is op rekening van de grote afstanden die kleren afleggen. Een groot deel van onze kleren wordt tegenwoordig gemaakt in Azië, waardoor hun ecologische voetafdruk nog meer vergroot. Frans onderzoek liet zien dat een jeansbroek van katoen uit Oezbekistan – doorheen de gehele productieketen - 23.000 kilometer had afgelegd tot in de Franse kledingwinkels. Onderaan het artikel kan je een filmpje bekijken over de weg die een jeansbroek aflegt van het veld tot in je kledingkast.

Schrijnende werkomstandigheden van kledingarbeiders

Naast de aanzienlijke milieu-belasting heeft de kledingproductie ook een sociaal prijskaartje. De arbeidsomstandigheden in de meeste kledingproducerende landen (zoals China, Pakistan, India, Bangladesh, Turkije en Tunesië) laten zwaar te wensen over. In veel kledingfabrieken en -ateliers krijgen de werknemers – meestal vrouwen – ontoereikende minimumlonen, maken ze veel te lange werkdagen, mogen ze zich niet verenigen in een vakbond en lopen ze hoge gezondheidsrisico's. Dit laatste wordt pijnlijk duidelijk in Turkije, waar de laatste tijd veelal de methode van zandstralen wordt gebruikt om jeans een versleten look te geven. Bij zandstralen worden zandkorrels onder hoge druk over de jeans gespoten, waarbij de kleine zanddeeltjes – wanneer er geen voldoende bescherming is – in de longen van de zandstraler komen vast te zitten. Dit leidt in veel gevallen tot stoflong (silicose), waaraan al verscheidene zandstralers overleden zijn. Steeds meer grotere kledingbedrijven stellen zelf een sociale gedragscode op waaraan hun leveranciers moeten voldoen. Deze codes zijn veelal gebaseerd op de basisconventies van de Internationale ArbeidsOrganisatie (IAO). Op zich is dit natuurlijk een goede stap vooruit, maar de controles op de naleving van deze sociale gedragscodes zijn nog niet wat ze moeten zijn...

Jeansbroeken uit fairtrade katoen, hennep en bamboe

Dit hele verhaal betekent echter niet dat we acuut moeten stoppen met jeans-shoppen. Er zijn ook duurzame alternatieven voor jeans - met respect voor milieu en men. Een jeans uit (gelabeld) fairtrade katoen verzekert dat er een eerlijke prijs betaald is voor de katoen aan de katoenboeren, zodat ze een product kunnen leveren dat sociaal en ecologisch verantwoord is, zonder dat ze er geld aan verliezen. Bovenop deze eerlijke prijs, wordt er een vaste fairtrade-premie uitgekeerd, die geïnvesteerd wordt in de opbouw van de lokale gemeenschap. Daarnaast betekent het fairtrade label ook dat de IAO-richtlijnen gerespecteerd zijn tijdens het gehele productiesproces van je jeans. Wanneer een kledingproducent lid is van de Fair Wear Foundation (FWF) heb je de garantie dat dit bedrijf voldoende inspanningen levert om de arbeidsomstandigheden in de leveringsketen te verbeteren. Respect voor al de IAO-richtlijnen is het streefdoel. Er bestaat ook jeans van hennep, bamboe, bio- of fairtrade katoen, geverfd en bewerkt met natuurlijke materialen en gemaakt in respectvolle omstandigheden tegen een eerlijk loon. Hennep, bamboe en biokatoen zijn gewassen die geteeld worden zonder de schadelijke pesticiden en kunstmeststoffen. Daarnaast hebben zowel hennep als bamboe erg weinig water nodig. Deze drie gewassen worden doorgaans ook verwerkt op een ecologische manier.

Lees ook het artikel 10 tips voor een duurzame kleerkast
Lees ook het artikel Kledinglabels: bio, eco, fairtrade