De herontdekking van de avonturier

De herontdekking van de avonturier

Tess Penne
geschreven door Tess Pennelaatst aangepast op 11/10/2018
Print Friendly and PDF
Reizen is een recept van ontmoeting, transformatie en confrontatie. Het smaakt nooit hetzelfde. Weg uit de maalstroom van het alledaagse leven, naar oorden waar agenda’s iets uit een ander tijdperk lijken te zijn. En route, terwijl je alles opsnuift wat op je afkomt. Heerlijk. Sinds de gebroeders Wright heeft het vliegtuig deuren opengezet naar de hele wereld. Maar tegelijkertijd brengt deze stalen reus ons prachtige blauwe huis steeds meer aan het wankelen. Hoeven we wel zo ver te gaan om te kunnen reizen? En vooral: neemt het vliegtuig net geen essentieel onderdeel van het reizen weg, namelijk het onderweg zijn? Deze zomer nam ik bewust een stap terug en bleef ik met beide voeten op de grond. Met de trein reisde ik naar Kroatië en Hongarije en terug.
Ochtend in de trein

In de trein zijn we toeschouwers van een diavoorstelling van panorama’s. De beelden volgen elkaar op en ontketenen ruwe hersenspinsels. Zo rijgen realiteit en fictie zich aan elkaar tot een uniek juweel voor elke passagier. Als passengers on the road zijn we verschillend en toch verbonden in het ‘onderweg zijn’. Het landschap is voortdurend in beweging, maar in de trein lijkt alles even stil te staan. Alsof we tijdreizen in een tijdloze cabine. Op een huilend kind na, heerst er een opmerkelijke, gemoedelijke rust. Reizigers beluisteren muziek, lezen, tokkelen op hun smartphone of praten gedempt over koetjes-en-kalfjes. Maar de favoriete activiteit, de winner of all, is het staren. Voor één keer voelen we ons niet schuldig als we schaapachtig naar buiten kijken of wat wegdommelen. De tijd mag worden vergooid, zelfs worden gedood, want we zijn onderweg. Ik bespeur verschillende stille genieters met een dwaze glimlach op de lippen. Waar denken ze op dit moment aan? Wat is hun verhaal? Van waar komen ze, en vooral, waar gaan ze heen?

Een eervolle ontmoeting

Op onze eerste etappe naar Frankfurt zaten we naast een oud koppel. Ze leken wel 90 jaar, maar hadden jonge levendige ogen. “I don’t like flying,” zei de Britse Ms. Johnson overtuigd, “I don’t like being squeezed as sardines in a claustrophobic can. Not to mention all the stress on airports. Terrible places”. Ze waren onderweg naar Vienna en hadden zo goed als heel Europa afgereisd met de auto of de trein. Het was heerlijk om naar hun verhalen te luisteren over ver vervlogen tijden en reizen zonder het World Wide Web. Enthousiast vertelden ze over hun ‘house-swapping’ avonturen en hun treinreizen naar Stockholm en België. "If you travel by train, you really travel through the countries instead of flying above them. You see much more and you meet so many interesting people,” zei ze met glinsteroogjes. Toen ik haar zei dat ik hoopte dat wij ook nog zoveel jaren samen zouden reizen, wisselden ze een blik van trots en samenzwering. Liefde op de trein, wat een eervolle ontmoeting. 

"If you travel by train, you really travel through the countries instead of flying above them. You see much more and you meet so many interesting people,” zei ze met glinsteroogjes.

In Frankfurt sprongen we na een paar lekkere pretzels op de trein richting München. Hier konden we ons nog eens een dikke drie uur wentelen in het ‘nietsdoen’. Ik begon mij steeds meer in mijn nopjes te voelen, als een echte avonturier met mijn rugzak en Interrail pass. Zoals Miss Johnson terecht opmerkte: het vliegtuig geeft je zo weinig voeling met je reis, jezelf en je medereizigers. Het is letterlijk worden ingeblikt en losgelaten. Terwijl het hier minder gaat om de eindbestemming, en meer om het onderweg zijn. Je kan de tijd nemen om naar verhalen te luisteren van mensen die je pad kruisen. Op korte tijd kan je een verbintenis voelen met een wildvreemde. Ik nam me voor om thuis ook wat vaker een gesprek aan te knopen met een onbekende. Met de oudere vrouw die aan de overkant van de straat woont bijvoorbeeld.

Net op tijd haalden we de sleeper in het station van München die ons rechtstreeks naar Kroatië zou voeren. We belandden in een mini -maar gezellig- kamertje met drie stapelbedjes en waren gezegend met de hartelijke, levenslustige Maria. De Kroatische Maria woont al sinds haar drie jaar in Duitsland en gaat een keer om de vijf jaar haar schwester opzoeken. Ze verstond geen woord Engels, wat voor zeer grappig Nederlands-verduitste gesprekken zorgde. Met een veilig en tevreden gevoel, tussen een zwetend lief bovenaan en een lachende Maria onderaan, ging ik de nacht in. Rond 8 uur ’s morgens werden we uit onze halve slaap getrokken: “Passaporte control!” We hadden de grens bereikt. Een uur later kwamen we met kleine oogjes en een gebroken rug aan in Zagreb. Maar ik was trots. We zijn in Kroatië geraakt, met de trein! Met het prachtige afscheidscadeautje van Maria, zelf gebreide roze sokken, kon mijn dag én mijn vakantie alvast niet meer stuk.

Het failliet van de keizer

Na een versufte dag in Zagreb, waar we genoten van mojito’s in hipster barretjes omgeven door kleurrijke graffiti, trokken we meteen verder richting Zuiden. Als verstedelijkte Vlaming waren we voornamelijk op zoek naar natuurschoon. Toen we ’s ochtends –alweer- aan het treinstation stonden bleek onze trein naar Split opeens in een bus veranderd. Met enkel Kroatische woorden ter uitleg, konden we niet anders dan ons bij de andere niet-begrijpende toeristen te zetten. Busje komt zo. Gelukkig viel de busrit erg goed mee en waren we op zes uur in Split. In Split, wat ooit een idyllisch badplaatsje was, werden we meteen geconfronteerd met de overname van het naakte-garnalen-leger en de walvis-patrons. Straten gevuld met bierdrinkende Engelsen met roodverbrande boezems en zweetdruppelsnorren. De haven wordt gevuld met de grootste, glimmende horizonvervuilers waarop James Bond-achtige figuren staan te zwaaien met een Karlovac in de hand en foute beats in the air. Gelukkig werden we in een authentiek pensionnetje verwelkomt door een heerlijk no-nonsens, volks koppel dat ons meteen hun zelf gebrouwen Grappa en druiven uit de tuin voorschotelden.

Toerisme is de belangrijkste economische activiteit in Kroatië. Maar het heeft ook een dark side. Een lokale inwoner wist ons te vertellen dat wonen en zelfs voedsel op sommige plaatsen onbetaalbaar zijn geworden voor de gewone man. Kroatië was ooit een land waar je voor weinig geld als een keizer kon reizen. Maar goedkope Ryanair vluchten en massatoerisme gericht op consumeren en nog eens consumeren, peuzelen de lokale cultuur op. De prachtige nationale parken zoals Plitvice en Krka, die wij wijselijk hebben overgeslagen, worden dagelijks overspoeld door horden, flitsende, vakantiegangers. Dat het desondanks nog steeds een pareltje is, ontdekten we op de iets verder gelegen eilanden: Vis, Korçula en Mljet. We reisden met de Ferry tussen deze paradijselijke oorden met elk hun eigen charme. Smalle straatjes, schattige vissersbootjes, pittoreske kerkjes, lekker eten en goede wijn. En de natuur is adembenemend. Kroatië heeft ongetwijfeld de helderste wateren en properste stranden die ik al in Europa heb mogen aanschouwen. Er hangt een Caraïbische vybe, je ziet de vissen gewoon zwemmen vanop het strand. Tegelijk kan je gemakkelijk de koelte opzoeken onder de pijn- en dennenbomen. Op verschillende plaatsen kan je fietsen huren om met de wind in de haren door de wijngaarden en het heuvelachtige landschap te cruisen. Het walhalla voor een beach girl met groene streken.

De wassen vleugels van Icarus

Na tien dagen eilandhoppen en azuurblauwe kusten afschuimen, keerden we terug naar Zagreb. Van daaruit vertrok ik nog een weekje voor het werk richting Budapest. Het zou een rechtstreekse rit worden van zes uur, maar het lot besliste anders. Door een storing, moest ik vijf keer overstappen en ervaarde ik hoe treinreizen niet altijd op rails loopt. Voornamelijk de smorende hitte in de trein was even op de tanden bijten. All part of the game. Maar eens in Budapest, de stad van de paprika’s en de ruinbars, voelde ik mij des te meer een overwinnaar. Na een week aan de oevers van de Donau, stapte ik opnieuw de slaaptrein op naar München om zo via Frankfurt huiswaarts te tjokkelen. Enkele vertragingen zorgden ervoor dat het een langere rit werd dan gepland. Maar de aanwezigheid van een bar en wifi op de Duitse treinen doen wonderen. En niet te vergeten, de positieve energie die je draagt als avonturier met een hoofd vol onbetaalbare herinneringen.

We weten allemaal dat we deze levensstijl niet kunnen behouden. Dat vliegtuigen steeds meer en steeds vaker ons luchtruim verzieken met hun gigantische hoeveelheid CO2 uitstoot. Met andere woorden, de wassen vleugels van Icarus worden steeds warmer. Maar toch vliegen we allemaal. Omdat het kan, omdat het steeds goedkoper is en omdat iedereen het doet. Voor amper 50 euro sta je met een vingerknip op je exotische bestemming. De vliegmicrobe zit overal. We willen steeds verder, voor steeds kortere periodes. Lijstjes afvinken, selfies posten, 1-euro-souvenirs shoppen en met een bruin kleurtje en een wereldburger-identiteit terugkeren. Ook mijn voetafdruk is beschamend groot door het vele opstijgen. Daarom besloot ik deze zomer even gas terug te nemen, tijd te nemen en er een eerlijke prijs voor te betalen. Omdat het kan. En omdat ik vaker terug een avonturier wil zijn, en niet enkel een consument.

Sleeper Budapest-München
Print Friendly and PDF